Een seconde

homeless

De stroom van gehaaste jeansbroeken en druk trappelende trainers vertraagde even. In een fractie van een seconde stond het smalle gezicht met de holle ogen op mijn netvlies gebrand. Hij zat in kleermakerszit en hield een bekertje vast. Zijn nagelriemen waren zwart. De gore deken waar hij op zat was nat, maar hij leek het niet te merken. Zijn blik ontmoette de mijne. Even lichtten z’n ogen op. Een vleugje hoop. Een sprankeltje leven. Het gebeurde zo snel dat éér het tot me doordrong, de mensenstroom me al meegevoerd had. Ik keek over m’n schouder en zag dat hij me nakeek, waarna zijn blik zich terug naar beneden richtte.
Een beetje verloren liet ik me meevoeren met de massa. Ik verwenste mezelf dat ik niet gereageerd had. Het briefje van vijf pond zat nog steeds tussen m’n vingers geklemd. Te laat. Het moment was voorbij.

Het was niet de eerste zwerver die ik tegenkwam die dag. Cambridge of Londen, het hoort bij het straatbeeld. Drommen toeristen, goud en glitter van schreeuwerige winkels, materie-minnende hipsters, jong en oud, gehaaste zakenmensen, dwalende shoppaholics. En daklozen. Een doordeweekse dag in de grootstad. Mensen mét een leven en mensen zonder één;
zij die letterlijk aan de zijlijn staan, of liggen.
Zij die het niet meer aankonden.
Zij die ergens struikelden.
Zij die te gevoelig waren.
Zij die té getalenteerd leken.
Zij die het tempo niet aankonden.
Zij die de weg kwijtraakten.
Zij die de burn-out nooit te boven kwamen.
Zij die hun heil zochten in drank en drugs.

Ieder heeft wel een uitgesproken mening hierover. Allen weten we perfect hoe wij het zouden aanpakken. Maar wat zou dat?
Weten wij hoe het voelt om alles kwijt te raken?
Weten wij hoe voelt om verslaafd te raken?
Weten wij hoe het voelt om te gevoelig te zijn?
Weten wij hoe het voelt om het gehaaste leven van onze maatschappij niet meer te willen leven? Een maatschappij die altijd op zoek is naar méér, groter en mooier.

Een wildvreemde raakte me. Er was méér. Een oordeel was niet op z’n plaats.
Het bleef spoken.

De vijf pond zijn uiteindelijk uitgegeven bij Starbucks, aan koffie en chocola.

I rest my case…

Big city-girl

IMG_3011

De lange bontjas hing nonchalant rond haar lichaam. Pas toen ze haar blonde lokken naar achter streek, tekende haar leeftijd. De dame in kwestie had duidelijk flink geïnvesteerd in zichzelf. Haar jeugdige ambitie vertolkte zich in hoog opgetrokken wenkbrauwen, strakke jukbeenderen en plof-lippen. De plastisch chirurg moet hier een flinke duid aan overgehouden hebben, want haar hals verraadde een rijpheid die zich meestal pas tekent rond de pensioenleeftijd. Het gaf haar iets theatraal; alsof ze uit een stuk van Shakespear weggelopen was en vergeten het masker af te zetten. Ook haar handen verraadden geschiedenis aan levenservaring. Fonkelende diamanten konden dit niet verdoezelen. De plastisch chirurg ook niet. Zoveel was duidelijk.


Onverstoorbaar ging ze helemaal op in haar reflectie in het winkelraam, met Chanel op de achtergrond. Ze had niet in de gaten dat ik haar aanstaarde. IJzingwekkend hoge naald-hakken stapten driftig aan me voorbij. Ik was lucht. Een mier. Een voorbijganger op de stoep. Niets kon haar uit haar bubbel halen. Ook niet de zwerver die bedelend zijn potje opstak. Bijna struikelde ze over’m, maar in plaats van te vallen, streek ze rustig haar bont glad en stapte verder. De man met het potje gunde ze geen blik. Haar staalblauwe ogen waren gefocust op dat tasje daar…van Chanel… en op haar vage spiegelbeeld.

KUTJOBS

nails

‘U heeft géén ervaring en uw diploma sluit niet aan.’ Het meisje keek me luchtig aan, en zei me dat ik maar moest blijven kijken op hun website. Volgens haar zou ik in de toekomst vast nog wel iets tegenkomen wat me aansprak. Zenuwachtig beet ik op m’n lip. Ik hoefde helemaal geen baan die me aansprak. Het enige wat ik wilde was werken. Al betekende dit wc’s schrobben, het maakte me niet uit.

Vluchtig wierp het interimmeisje een blik naar haar gelakte nagels en begon druk te typen. Af en toe tikten de nep-nagels driftig op de correctietoets en keek ze met grote ogen naar het scherm. Uiteindelijk stond ze op en waggelde hooggehakt naar de printer. Gewichtig legde ze een stapeltje documenten voor me neer. En ineens zat ik terug in de schoolbanken. Met veel ge-jij en ge-jou, zette ze uiteen wat mijn rechten en plichten waren als ik me verbond met dit interimkantoor. Toen ze klaar was mocht ik tekenen waar het kruisje stond. Het liefst had ik ook een kruisje gezet, maar wist me nog tijdig te beheersen.

Even later stond ik terug op de stoep en wierp nog een blik op de veelbelovende advertenties die voor het raam hingen. ‘Winkel-verantwoordelijke’, ‘Medisch afgevaardigde’, ‘Schoonmaakhulp’… er hingen er wel dertig. Toch hadden ze niks voor mij, terwijl alles welkom was op dat moment. Ik moest. Er stonden rekeningen open en ik stond achter met de huishuur. Het had allemaal al veel te lang geduurd. Elke dag groeide m’n bezorgdheid. Als ik niet snel iets vond, was ik verplicht m’n huis op te geven en terug naar m’n ouders te gaan.

Ik had m’n situatie uitgelegd aan het meisje met de nep-nagels. Ze had me verdwaasd aangekeken tot ik klaar was. Daarna ging ze gewoon verder met haar uit het hoofd geleerde interim-script. De procedure. De regels van het kantoor. De voorwaarden van meneer de werkgever. Volgens mij had ze niet eens gehoord wat ik vertelde.

Hooguit 22 jaar schatte ik haar. Allicht had ze na het welslagen van haar marketingstudies nooit méér moeten doorstaan dan de griep. En nu had ze de job van haar leven; een belangrijke taak in een interimkantoor. Ze mocht mensen tewerkstellen. Zij mocht beslissen wie wel en wie niet.
Daar zat ik dan. 40 jaar. Werkloos en radeloos. Mijn CV waar ik altijd best trots op was met de grote variatie aan ervaring in diverse richtingen, had blijkbaar op de arbeidsmarkt géén waarde. Het meisje met de nagels had er geen touw aan vast kunnen knopen. Ze begreep niet hoe iemand het ene moment als tandartsassistente kon werken en daarna als kuisdame, om dan een tijd later de markten te doen met groenten en fruit, en even later als freelance copywriter, om dan een paar maanden later voor een groot farmaceutisch bedrijf in een dikke BMW apothekers af te struinen. Dat ik voor een gerenommeerd magazine geschreven had, geloofde ze volgens mij niet eens.
‘U heeft wel veel verschillende dingen gedaan, he mevrouw’, was haar commentaar.
Toch vond ze me ongeschikt als receptioniste in het plaatselijk ziekenhuis. ‘Omdat ik geen ervaring had.’ Het liefst had ik op dat moment de nep-nageltjes eens flink naar boven getrokken, of de geveinsde onschuld van haar smoel geslagen. Maar ik beheerste me. Ik was niet in de positie voor zulks gebrek aan zelfbeheersing.

Dat ik dringend geld nodig had om gewoon te kunnen eten en in leven te blijven liet haar en de hele reeks van interimkantoren die ik bezocht had, koud. Het onvermijdelijke gebeurde… m’n huis moest ik opgeven.

To be continued…

Ga en vermenigvuldig u!

tevol

De meesten onder ons hebben zich voortgeplant. En als het nog niet gebeurd is, wordt er druk gepland om het alsnog te doen. Een zéér natuurlijk gegeven. Alhoewel zo’n slordige zeven en een half miljard doen vermoeden dat de motivatie om uitsterving te voorkomen wel héél hoog ligt. Ons instinct legt het causaal verband. Het is wetenschappelijk bewezen dat mannen en vrouwen onbewust onze aardkloot willen blijven voorzien van sterk nageslacht.

Op één of andere manier ben ik de dans ontsprongen. Niet dat ik nooit aan kids gedacht heb. Zeker. Het is er gewoon nooit van gekomen. Niet meer, niet minder.

Het mensenras paart en vermenigvuldigt er op los. Het is zelden dat koppels stilstaan bij de gevolgen. Mondiaal of persoonlijk. Bij dat tweede wilde ik even reflecteren…

Onlangs hoorde ik een jonge vader op straat brullen dat hij geen leven had. Vanuit de auto werd luid protest aangetekend door een twee-jarige. Hij wilde er om één of andere reden niet uit. De man was getrest. Een niet op zich staand feit. Toch blijkt de natuurlijke liefde voor de nazaten boven alles uit te stijgen. Eender welke ouder, zonder uitzondering, beweert dat een natte kus en een omhelzing van de kleine armpjes van hun telg, alles goed maakt. Fracties van groot, maar tevens kort geluk, in het leven van ouders. Papa’s en mama’s spreken zichzelf zo moed in, vermoed ik.

Vaak heeft opvoeden meer weg van worstelen en mieteren om het grut in’t gareel te krijgen in de vurige hoop er respectabele volwassenen van te krijgen. Tegen de tijd dat men denkt het zo’n beetje voor mekaar te hebben met opvoeden, begint de puberteit. Alle pedagogische inpsanningen smelten als sneeuw voor de zon. Zo lijkt het toch. Als dank voor alle bloed, zweet en tranen laat het kind koudweg weten dat het op eigen benen wil staan. En wel zo snel mogelijk. Statistieken melden dat dit het gemiddelde doel is van de doorsnee tiener.
Misschien maar goed… want stel je voor dat ze wilde blijven…

Picknicken

picknick

Bij ons om de hoek in het stadspark, was er onlangs een clubje jonge mama’s met volgeladen kinderwagens. Ze waren een ‘poging tot’ picknicken aan’t doen. Gepakt en gezakt hadden ze ergens tussen de dekentjes, het proviand, de luiers, de talkpoeder, de fruitpapjes, de tutters, het speelgoed, elk een kind mee. Het hele event was ’m overduidelijk om de mama’s te doen. Hun lichaamstaal ademde nood aan ontspanning. Na veel gehijs en gesleur waren de kinderwagens ontdaan van bagage en babies. Het gros van het grut was tegen deze tijd keihard aan’t brullen.

Terwijl ik het groepje zo zat te observeren raakte ik steeds meer gebiologeerd.
Goed en wel gezeten en geïnstalleerd werd het pas echt interessant. één moest aan de borst, een ander had blijkbaar nood aan een fruitpapje, terwijl nog een ander van de gelegenheid gebruik maakte om z’n broek vol te poepen.
De moeders zagen bleek en vermoeid. Afijn, na zo’n drie kwartier  was er nog geen moment van rust geweest. Na de voedselverdeling leek er even iets van sereniteit te ontstaan. Maar al gauw begon de één na de ander te kotsen en met rode koppetjes te drukken.
Met engelengeduld werd de troep opgeruimd en even later lagen de wondertjes fris en pront op het picknickdekentje. Hè Hè…eindelijk.

De moeders raakten druk in gesprek, waarbij telkens een andere mama het woord nam als er één even naar adem hapte. Ik ving flarden op. Het ging over de kids. De kleintjes maakten van de gelegenheid gebruik om te ontsnappen. Razendsnel. Maar onder het alziend oog van de mama’s werden ze telkens net op tijd bij de luier gegrepen. Een eindeloos herhalend scenario. Ze zaten of lagen amper terug op het dekentje, of er kroop er wel weer één weg.

Het lieflijk tafereel was geen lang leven beschoren. De één na de ander begon andermaal keihard te brullen. Ze waren moe. Tijd voor hun dutje. Het groepje van vier veerde recht en begon naarstig de hele zooi weer in te laden. Tijd om naar huis te gaan, om aldaar naar ik veronderstel, het hele scenario nog een aantal keren te herhalen.

Hadden ze maar een condoom moeten gebruiken…

Plastische vergissing

biglips
Een beetje zenuwachtig zat Inge aan het randje van haar jas te friemelen. Haar knieën stijf tegen elkaar. Ze had het gevoel dat haar hart uit haar lijf bonkte. Dit moment had zo vaak beleefd in haar geest. Keer op keer had ze de vraag hardop herhaald. Het had jaren geduurd eer ze de moed had kunnen verzamelen voor deze stap. Nu was het zo ver.

“U wilt dus een lip-correctie” galmde het in de verte. De rustige stem van de plastisch chirurg maakte dat ze zich nog onzekerder voelde. “Euh, ja graag” stamelde ze, terwijl het bloed naar haar kaken steeg. In haar oren klonk het of ze een kilo vis bestelde bij de plaatselijke visboer in plaats van een plastische ingreep. Ze verwenste zichzelf en haar onzekerheid. “U kiest dus voor een permanente correctie” vervolgde de dokter flegmatisch. “De behandeling zal ongeveer vijftien minuten duren. We verdoven plaatselijk, dus u kunt daarna meteen naar huis. Morgen mag u direct weer aan het werk als u dat wenst. Binnen een paar dagen zul u er niets meer van merken. Loopt u maar met mij mee, u mag zich vast klaarmaken. Ik ben zo bij u terug.

Toen ze even later met vaste tred de dokter hoorde naderen, zonk de moed in haar schoenen. Ze kneep hard in de rand van de stoelen wachtte. Wat voelde ze zich onnozel. Maar goed, ze wilde dit zo graag. Ze moest er dan maar doorheen. Toen de dokter binnenkwam, bleef hij een ogenblik staan. In een fractie van seconden gleden z’n ogen over haar naakte lichaam. Met licht ironische glimlach merkte hij op: “het is niet nodig u volledig te ontkleden, mevrouw. We gaan enkel uw lippen behandelen. Of had u nog andere zaken voorzien?” Inge wenste op dat moment in de grond kon te kunnen zakken. Vooral toen ze de trek om zijn mond zag. In de war schoot ze razendsnel haar slipje weer aan. Ze durfde hem niet aan te kijken. Het drong pijnlijk tot haar door dat hij andere lippen voor ogen had…

Dode levenden of levende doden?

fatman

Af en toe viel een natte kruimel op z’n buik. Hij merkte het niet. Onverstoorbaar bleef hij doorpraten. Blijkbaar mocht de hele wereld deelgenoot zijn van de gemalen brei in z’n mond. Nootjes. Hij genoot ervan. Telkens eer de inhoud verzwolgen was, vulde hij bij. Z’n dikke lippen krulden zich dan in een teutje, terwijl z’n vlezige vingers maar bleven graaien in het kleine schaaltje. Tot er enkel nog wat zout lag. En zelfs dat likte hij van z’n vingers. Even pauzeerde hij om met grote slokken z’n bierglas te ledigen. Z’n uitpuilende ogen staarden dan in het niets, terwijl het biervocht langzaam een weg zocht naar een veel te dikke buik die over de stoel bijna tot op z’n knieën hing.

Uit beleefdheid deed ik of het me niet stoorde. Ik hoorde mezelf hardop zeggen dat hij beter meer zou inzitten met z’n leven…
Had ik dit nu echt gezegd? Even twijfelde ik. Gunst nee, ik wist het op tijd weg te slikken.
Het was de combinatie van wat hij vertelde en z’n conditie die tegenstrijdige gevoelens bij me wakker maakte. Enerzijds vond ik deze Bourgondiër wel interessant. Hij had een boeiend leven gehad. Veel gereisd, veel gezien, en nog veel meer meegemaakt. Nu was hij op een punt gekomen dat z’n gezondheid hem in de steek liet. Z’n eerst zo rijk gevulde leven had zich gereduceerd tot een sombere driehoek die zich afspeelde tussen thuis, de kroeg en het ziekenhuis. Af en toe wisselde dit zich af met een bezoek aan een plaatselijk restaurant. Die waren naar zijn mening schaars in deze streek. Niet te vergelijken met de sterrenzaken die hij over heel de wereld bezocht had. Hij moest het nu doen met wat de pot van een provinciestadje schaft.

De laatste nootjes spuwend, vertelde hij me over z’n dood. Dat hij alles al geregeld had. Vanaf het moment dat de dokters hem zouden vertellen dat het niet meer gaat, zou hij een groot feest organiseren. Een soort begrafenis waar je levend bij bent . Al z’n vrienden zouden dan komen. Na afloop zal de dokter hem de genade-spuit zetten. Hij vond het belangrijk getuige te zijn van z’n eigen uitvaart. Z’n uitpuilende ogen lichtten even op bij de gedachte.

Alle papieren lagen klaar. Zijn besluit stond vast: voor genot moet je een prijs betalen. Dood gaan we toch allemaal. Dus, was hij van mening dat je dan beter tot de laatste snik kon genieten. Vreten en zuipen.
Ik moest even slikken en staarde wezenloos naar m’n glas water. Ik was net bezig geweest met het plannen van m’n leven. Een paar maanden de gezondheidsgoeroe uithangen, 10 kg er af en klinken op het leven. De man aan het tafeltje naast me had gekozen voor iets anders: grenzeloos genot en de dood. Of hebben die twee niets met elkaar uit te staan?
Vertel jij het me….